Tuinieren

Hoe we gelukkiger worden van zaaien, wieden en snoeien.

Ik laat graag veel aan het toeval over, gisteren ontving ik het boek ‘Tuinieren voor de geest’, geschreven door Sue Stuart-Smith, zij is psychiater en psychotherapeut. Uit ervaring weet ik dat tuinieren mij enorm gelukkig heeft gemaakt en nu lees ik nog meer feiten die ik weer graag deel.

Benedictus vond dat het geestelijke leven moest zijn gegrondvest op een relatie met de aarde. Het werkt namelijk ook nog eens therapeutisch. Wanneer je ziek bent maar wel de kans en de mogelijkheden hebt om te tuinieren, dan zal je merken dat de aarde vruchtbaarheid ademt. Alle zintuigen nemen de verrukkingen van kleuren, vogelgezang en geuren tot zich.

Volgens Hildegard van Bingen bestaat er een onverbrekelijk verband tussen de gezondheid van de planeet en de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de mensen. 

De gedachte dat we onze ziel of onze identiteit als een tuin kunnen bewerken gaat terug tot in de oudheid en wordt door hedendaagse wetenschap steeds vaker toegepast op de hersenen. Door met de natuur buiten ons te werken, werken we ook met de natuur in ons innerlijk. Het maakt enorm veel verschil als je iets van begin tot eind meemaakt en weet dat jij je moeite hebt getroost om het te laten groeien.

Behalve de juiste omstandigheden voor groei scheppen is er eigenlijk niet veel wat een tuinier kan doen. Al het andere hangt af van de levenskracht van de planten, die op hun eigen tijd en hun eigen manier zullen gaan groeien. Het enige wat van de tuinier wordt gevraagd is alert blijven want planten zijn zeer gevoelig voor hun omgeving. Ook de weersomstandigheden zoals: temperatuur, wind, regen, zon en ongedierte hebben invloed op de planten. 

Bij tuinieren probeer je plaagdieren en onkruid in toom te houden en op alle mogelijke manieren het goede te bevorderen: groen en schaduw, kleur en schoonheid en alle vruchten van de aarde. Tuinieren is net als opvoeden, misschien dat ik mij daarom zo gelukkig kan voelen.

Je ware aard

Je ware aard is goud waard!

Een mens die zijn natuurlijke en wezenlijke behoeften kan en mag ontwikkelen zal in alle opzichten, dus ook sociaal-emotioneel en moreel, groeien.

Door mijn pompoenen project werd alles mij zo duidelijk, het waren de puntjes op de -i-. De natuur kan niet anders als zijn ware wezen laten zien en ik zie nu dat in beginsel alles mooi is. Ik vraag mij dan zo af en toe af: Waarom zien wij mensen deze ware aard niet bij ons zelf? Waarom moeten anderen je hier op wijzen? Wat is de reden dat we ons zelfvertrouwen kwijt raken? Niet voldoende eigenwaarde hebben? Meten wij ons constant aan anderen? Willen wij aan de verwachtingen van anderen voldoen? 

Ik las laatst een mooi zinnetje: ‘Het leven wordt voorwaarts geleefd en achterwaarts begrepen.’ Het blijkt dat bijna niemand eraan ontkomt, het is onze levensschool, het hoort bij onze persoonlijke ontwikkeling. 

Wanneer je denkt dat je taak van het opvoeden erop zit dan mag je beginnen aan het realiseren en het vinden van je eigen ware aard. Wat ging er goed en wat kon anders? Het enige dat je weet is dat je je uiterste best hebt gedaan maar dat hoeft niet altijd zo te zijn begrepen. Het boek ‘Anna, Hanna en Johanna’ geschreven door de Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson bracht mij weer terug in mijn herinneringen aan vroeger. Waarom herinner ik mij zo weinig van mijn grootouders, wie waren zij? Wat vonden ze belangrijk in het leven? Dit was een hele andere generatie, anders denkend en gelijkheid tussen man en vrouw nam misschien net een beetje vorm aan. In ieder geval mocht mijn moeder (1922) verder leren ze ging naar de mulo. Later leerde ze het kappersvak bij haar vader in de zaak. Zij was een zelfstandige vrouw en moeder met een kapperszaak aan huis met een gezin van tien kinderen (twee overleden). Dit waren toch wel heel andere tijden dan nu. Ik vind het moeilijk om te begrijpen hoe zij zich heeft gevoeld en ik heb het haar ook nooit echt gevraagd. Volgens mij droeg zij gewoon haar lot denk ik.

Zonnig

Als je het zonnig wilt zien dan zie je ook overal de zon in.

Vanmiddag ging ik na het tuinieren even gezellig wat drinken met enkele andere tuinders op gepaste afstand. Weer even onze tuinervaringen en activiteiten delen, dat is wat tuinieren zo leuk maakt. Ik had mijn laatste stuk grond losgemaakt en ontdekte een plant die ik zelf niet geplant heb. Ik vroeg aan mijn buurman of hij wist wat het was maar hoewel hij op venkel of kamille lijkt is het mogelijk toch iets anders. Het heeft namelijk niet de geur van beiden.

Ik maakte een foto en zocht nog even op PlantNet.nl volgens deze site zou het ook nog kervel kunnen zijn. Ook tijdens ons drankje konden de tuinders het mij niet vertellen. Ik heb besloten mij te laten verrassen en laat hem dus maar gewoon groeien, misschien wordt het wel iets heel moois.

Toen ik opstond om weg te gaan zag ik op het gras iets liggen, ik raapte het op en het bleek het bloemhoofdje van een paardenbloem te zijn. Toen ik de zaden eruit had gehaald bleef er weer iets moois over. Ik sta toch altijd weer verwonderd te kijken hoe alles weer zijn schoonheid laat zien, in welk stadium het ook is. Als je het wilt zien dan zie je het ook. Misschien ben je het met mij eens.

Verwachting

Vandaag kwam er iemand bij mij op de tuin langs en ze zei: ‘Mijn anemonen staan er zo leuk bij en de bijtjes zwermen er omheen, je moet maar even gaan kijken.’ Ik maakte even mijn werk af want ik was weer bezig met mijn stekken deze moesten de grond in. Alles groeit zo hard in de potjes dat ik een keuze moest maken. Natuurlijk maak ik mij nog een beetje zorgen over het weer maar ik heb het risico toch maar genomen. 

Ik liep naar haar tuin en ik zag heel veel witte bloemetjes staan maar dacht: ‘Dit zijn toch geen anemonen, ik vond ze wel heel leuk. Ik kwam haar weer op de tuin tegen en liet haar de genomen foto zien en zei: ‘Je bedoelde deze bloemen, dit zijn toch geen anemonen?’ Ze zei: ‘Ja hoor, voor zover ik weet wel.’ Ze had er zoveel staan dus ik vroeg haar om een polletje te mogen hebben en deze kwam ze mij later brengen. Natuurlijk ging ik op zoek en het bleken Oosterse anemonen te zijn en de symboliek staat voor ‘verwachting’, het kondigt het begin van de lente aan. Met het weer van de laatste dagen kijk ik hier natuurlijk enorm naar uit.

Ook kreeg ik vorige week van een andere tuinster een beeld, het beeld was haar te zwaar en ze vond het leuk om mij hier een plezier mee te doen. Ooit heb ik een betonnen beeld van een monnik levend gemaakt door hem te schilderen. Mijn man vroeg of ik dit beeld ook ging schilderen en dat heb ik inderdaad gedaan. Ik dacht: ‘Voor mij is het een tevreden boerinnetje, ze is 60 cm hoog, voor mij staat ze een beetje symbool voor mezelf.’ Dit beeld kwam mij dus goed van pas, ze heeft een leuke plek op mijn tuin gekregen. 

Schuldig

Ik lieg niet, ik spreek de waarheid!

Het hele volk over je heen, te beginnen met de tweede kamer zeventien fractievoorzitters geven allemaal van repliek. Ik voel het in mijn hele lijf, ik probeer mij in zijn schoenen te verplaatsen en vraag mezelf af. Wat heb ik gezegd, wat heb ik gedaan om als schuldige te worden gezien voor alles wat mis gaat? Wat is het mij nog waard? Wil ik hier nog wel mee doorgaan? Wil ik mij nog inzetten voor het grotere belang? Ik heb misschien fouten gemaakt. Misschien zwijg ik uit bescherming voor anderen. Misschien was het onverstandig en niet slim. Misschien, misschien misschien ……

Misschien kennen we de volgende uitspraak: ‘Wie zonder zonde is werpt de eerste steen!’

Natuurlijk moeten fouten worden hersteld en moeten we helderheid krijgen over dat wat niet goed is gegaan. Maar is dit alles nu terecht? De focus leggen op iets dat op papier is gezet, wat misschien verkeerd is geïnterpreteerd door wie dan ook. Wat is er wél goed gegaan? Wie kan ons weer naar een gezond, evenwichtig en tevreden Nederland leiden? 

Er zijn mooie mensen, met goede ideeën, ze streven allemaal naar macht. Hoe kunnen we nu een coalitie vormen met personen die samen tot een eenheid komen zonder ego maar werken aan het algemeen belang. Niet vingerwijzend naar één persoon en deze aan de schandpaal nagelen. Ik zeg al vaker, hij is eindverantwoordelijk voor alle politieke beslissingen. Toch voelt het voor mij nooit eerlijk om alles te moeten dragen wat in het kabinet niet goed gaat. Met mijn achtergrond als ambtenaar weet ik dat heel veel wordt voorbereid, gezegd en gedaan door de beleidsmedewerkers van het ambtelijk apparaat. Waar is nu de werkelijke fout gemaakt, zal dit boven tafel komen?